Een terugblik op de Nationale Betoging van 9 oktober
Al bijna twee jaar voeren de twee grootste Belgische vakbonden, het ABVV en het ACV, actie tegen de Arizona-regering. De Grote Peiling, genomen door verschillende nieuwsorganisaties, toont aan dat men steeds meer vertrouwen verliest in de regeringspartijen. Partijen aan de marge – met name de PVDA/PTB en Vlaams Belang – zien hun cijfers in opiniepeilingen stijgen. Het is duidelijk dat een groot deel van de Belgische bevolking ontevreden is met de stand van zaken. Daarom is het geen wonder dat we op 9 oktober in Brussel 30.000 à 50.000 mensen zagen opdagen om te betogen tegen de Arizona-coalitie. Op een vochtige vrijdag vertoonden vakbondsleden en werkers, scholieren en studenten zich in de hoofdstad voor een beslissend protest. Dit protest verliep echter niet zoals gehoopt.
Ten eerste was de datum van de betoging al een ongunstige keuze. Twee dagen later, op 11 oktober, vond een klimaatmars plaats in Brussel. De vakbonden besloten ook hier aan dit overheidsprotest deel te nemen. De totale deelname op 11 oktober zat tussen de 45.000 en 60.000, een groter aantal dan op 9 oktober. Door het samenbundelen van organisatorische macht in twee massabetogingen op één weekend heeft de vakbondsleiding de betoging van 9 oktober deels verwaarloosd.
Na de gewelddadige escalatie tijdens de schoolstrijden in Luik was het al op voorhand te voorspellen dat ook de betoging van 9 oktober zou escaleren. Een deel van de woedende jeugd, ongeorganiseerd, vervreemd door de burgerlijke samenleving, zocht toevlucht in het uiten van die woede op welke manier ook mogelijk was. De vakbondsleiding was in deze situatie nergens te merken. Er was één met een microfoon bewapende spreker die zich richtte op het kalmeren van de situatie, lang nadat de confrontatie met de politie was geëscaleerd. Terwijl de vakbonden met hoge hoofden marcheerden door de straten van Brussel, zaten jongeren, waarvan velen slechts bijstaanders waren in het ‘relschoppen’, vast in een confrontatie met de Brusselse politie.

De levendige vakbondsbeweging die zich al bijna twee jaar bezighoudt met de strijd tegen de regeringsbegroting heeft nog vele stappen te zetten. De vakbondsleiding, vast in de denkwijze van de arbeidersaristocratie, weet enkel hoe te bedelen voor wat kruimels van de werkgevers. Het ACV-leiderschap heeft zelfs zijn eigen begroting verzonnen om het tekort goed te maken. Deze vakbondsleiders – ver verwijderd van de denkwijze van de werkers die ze vertegenwoordigen – durven enkel in onderhandeling te treden met de uitbuitende klasse. Er is volgens hen en volgens iedere partij in het parlement geen ontsnapping aan de logica van het kapitalisme. Er moet immers bespaard worden.
De JCB betwist zulke opvattingen. De schulden die de Belgische staat jarenlang heeft verzameld door het verlagen van de bedrijfstaks en het uitgeven van massale subsidies zijn niet de schulden van de werkers. De werkende mensen van België hebben de staat niet in handen. Zij beheersen niet het economische leven van de Belgische samenleving. Waarom moeten ze zich bezighouden met besparen op een budget voor een samenleving die niet van hen is? Terwijl de burgerlijke regeringspartijen – partijen van de bazen – druk met elkaar onderhandelen en zich steeds verder werken tot een dood eind, loert de volgende kapitalistische crisis steeds dichterbij. Zolang de werkende bevolking vast blijft in onderhandelingen met de klasse die haar uitbuit en zich niet toewijdt aan de klassenstrijd, zal zij ook de lasten van deze crisis dragen.
De vakbondsleiding durft nog steeds niet meer te vragen dan een alternatieve begroting, een rijkentaks, een vermogenstaks. De slogan van klassenstrijd, van onverzoenlijke strijd tegen de bazen, is nog niet aan de orde van de dag. Dit zal ook nooit gebeuren zolang de werkende klasse zichzelf niet ziet als klasse en zichzelf enkel erkent als een van de partners in het sociaal overleg. En terwijl de vakbonden vastblijven in deze strategie, versterken de bazen hun aanvallen op de werkende bevolking.
Hoewel de sociale zekerheid onder kapitalisme ons geen enkele zekerheid biedt, moeten we sterker reageren op deze aanvallen en onze zwaarbevochten rechten beschermen. Het is niet door middel van sociaal overleg dat de werkende bevolking haar ware macht kan uiten. De werkende bevolking kan alleen haar ware macht uiten vanuit de werkvloeren, vanuit de scholen, op de straten. Elke strijd voor hervorming – voor betere lonen en pensioenen – moet uiteindelijk het klassenbewustzijn van de werkende bevolking bevorderen, haar organisatie als één strijdmacht versterken. We zullen nooit verder komen als we blijven morrelen in de marge en ons niet durven loskoppelen van de logica die de bazen ons opdienen.
Dit is niet enkel een Vlaamse, Waalse of Belgische strijd. De Europese Unie beperkt het begrotingstekort tot 3%, terwijl de NAVO onze militaire uitgaven wil zien stijgen. Vakbonden in Frankrijk sluiten zich solidair aan bij de betogende jeugd. Spaanse werkers komen op straat tegen stijgende woonkosten. Overal ter wereld verzamelen mensen zich, bewust of onbewust, voor éénzelfde strijd. Deze klassenstrijd heeft een internationaal karakter.
Laten we in deze strijd sterk staan! Combineer de fronten van arbeiders en scholieren tot één gezamenlijk front tegen Arizona, tegen Glatigny, tegen Demir, tegen kapitalisme! Niet morrelen in de marge!

