schoolstrijd artikel

De schoolstrijd in België

In de eerste editie van ‘Opstand’ werd er al gesproken over het voeren van een klassenstrijd in de scholen en de benodigde maatregelen, organisatie en acties hiervoor. In dit artikel hopen we de schoolstrijd verder te bespreken – zij het een strijd in het hoger of secundair onderwijs. Als een jongerenorganisatie is dit onderwerp van het uiterste belang voor de Jonge Communisten van België.

Het belang van een universeel onderwijs, in zowel praktische als theoretische zaken, om het kind of de jongere te onderwijzen tot een volledig ontwikkelde mens, is geen controversiële kwestie. In België wordt dit jammer genoeg niet behaald – verre van. Vrij bekend is al het feit dat de Belgische scores in de PISA-test, een algemene test voor studenten van het secundair onderwijs, al ettelijke jaren aan het dalen zijn. In Wallonië, Vlaanderen en Brussel is de kloof tussen de 25% ‘rijkste studenten’ en de 25% ‘armste studenten’ op de test veel hoger dan in andere Europese landen. Als een omgeving waar studenten een aanzienlijk deel van hun leven doorbrengen, moet een school juist kwaliteit en ontwikkeling geven. Belgische scholen doen dit al onvoldoende en daarbovenop nog steeds minder.

Waar staat de scholier?

De kapitalistische samenleving heeft de scholier aan zijn lot overgelaten, gedwongen om toch op een of andere manier het Belgisch onderwijs te overleven en zichzelf voldoende te ontwikkelen. Niet alleen de scholier, maar ook de leerkracht ervaart de negatieve gevolgen. Door het tekort aan leerkrachten in ons land staat de werkdruk voor de gemiddelde leerkracht een stuk hoger dan zou moeten. Meer en meer studenten stromen dan de scholen uit op zoek naar alternatieve middelen om hun onderwijs te verzekeren, zoals privébijscholing. Natuurlijk, dit is niet vanzelfsprekend voor de gezinnen die deze extra kosten niet kunnen dragen.

Het vorige artikel over dit onderwerp verlichtte al het feit dat al decennia studentenvakbonden ontbreken in ons land. Wat vroeger organische groepen waren van studenten die vochten voor hun studierechten en zo de schoolomgeving konden verbeteren, is vandaag deel van de bureaucratische apparatuur geworden die alleen dient om een schijnvertoning van democratie te geven.

Kan het beter?

In ons noordelijk buurland, Nederland, is dit anders. Hier bestaan in de meeste universiteiten studentenvakbonden die onlangs massaal hebben bijgedragen aan stakingen tegen bezuinigingen in het onderwijsbudget. Toen Nederlandse kameraden van mij me vroegen hoe het staat met Belgische studentenvakbonden, moest ik hen jammer genoeg het antwoord geven dat deze niet bestaan. Mijn Nederlandse kameraden waren door dit feit verbijsterd. Inderdaad, België, een land dat bekendstaat om zijn rijke geschiedenis aan vakbonden, heeft vandaag geen studentenvakbonden!

In een kapitalistische samenleving als de onze kunnen we moeilijk verwachten dat een betere omgeving op onze schoot wordt gelegd. De werkende klasse en haar kinderen moeten hiervoor een heftige strijd voeren. Nederland gaf ons al een voorbeeld van hoe studenten hieraan kunnen bijdragen, maar ook in België moet niet vanaf nul begonnen worden. Al in 2024 voerden Belgische studenten een strijd tegen hun universitaire besturen voor de bevrijding van Palestina, een opstand die vandaag nog op de straten verderloopt. Maar de studenten moeten zich niet enkel beperken tot de rechtvaardige strijd voor Palestijnse bevrijding. Ze moeten ook naar hun eigen omgeving kijken, kijken naar alle problemen en gebreken die hen worden opgediend.

De ontwikkeling van een schoolstrijd, hoe jong en embryonaal het vandaag ook is, kan alleen door het initiatief van de studenten en leerlingen zelf verder ontwikkelen. Als een jongerenorganisatie zijn de Jonge Communisten van België hier ook aan toegewijd. Het is hoog tijd dat bewuste jongeren in hun lokale scholen (en ook werkplaatsen) de benodigde organisatie vormen om op beide lokaal en nationaal niveau te vechten voor hun rechten. Door middel van protestacties, walk-outs, verspreiding van agiterend materiaal en studentenstakingen kan de student ook voor zijn eigen bevrijding vechten.

We hebben gesproken met Leonard, een buscoördinator voor scholen voor buitengewoon onderwijs in de regio Antwerpen. Vooral in het buitengewoon onderwijs zijn de actuele problemen van het Belgisch onderwijs het sterkst op te merken, inclusief in het transport voor leerlingen. Veel studenten zijn namelijk afhankelijk van het openbaar vervoer.

Het Vlaams openbaar vervoer staat vandaag sterk onder druk. U regelt de bussen voor het bijzonder onderwijs in uw omgeving. Zijn er recente wijzigingen in het openbaar vervoer voor scholen?

Voor ons zijn er niet veel veranderingen, maar de situatie is al jarenlang problematisch natuurlijk. Je hebt misschien wel de aflevering van Factcheckers gezien waar ze een kind op het busvervoer volgen. Die moet dan meer dan 3 uur per dag in de bus zitten. Dat is natuurlijk zeer frustrerend voor de kinderen. In de eerste plaats voor de kinderen die alleen fysiek beperkt zijn, maar voor de kinderen met een mentale beperking is het nog veel vervelender. Zij krijgen crises, schreeuwen, hebben accidentjes aangezien er geen toiletten zijn op de bussen, etc. Zowel het ministerie van onderwijs als dat voor transport reageren dan altijd verbaasd als zo’n documentaire uitkomt, maar schuiven vervolgens het probleem door naar elkaar om het dan bij de individuele scholen te laten liggen.

Hoe kampt het bijzonder onderwijs met deze problemen?

Moeilijk, we doen ons best om alles goed te regelen en de druk wat te verlichten door bijvoorbeeld leerlingen met scholen die beter liggen “uit te wisselen”. Het is vooral een structureel probleem van plaatsen tekort, zeker in de scholen met meer hulpbehoevende leerlingen.

En hoe tast dit de levens van de leerlingen in het bijzonder onderwijs aan? Zijn er veel leerlingen die op de schoolbussen steunen?

De overgrote meerderheid van de leerlingen komt met het collectief leerlingenvervoer; anders zouden hun ouders nooit op tijd kunnen komen voor hun werk. Dit zorgt natuurlijk wel voor lange ritten en bussen met soms 15 tot 20 zwaar gehandicapte kinderen. Zoveel kinderen op dezelfde bus is zeer moeilijk voor de enkele begeleider die hen veilig op school moet krijgen, zeker als er sprake is van (onbedoelde) agressie, wenen en schreeuwen.

In hoeverre kan u zelf deze omstandigheden verbeteren? En wat denkt u dat het onderliggende probleem is? De ouders zullen waarschijnlijk eerst aan de scholen denken.

Het probleem ligt vooral aan het aantal scholen en plaatsen. In Antwerpen is er voor de meest hulpbehoevende kinderen een plaatsentekort van meer dan 400, bijvoorbeeld. Ouders staan daarom vaak lang op de wachtlijst, terwijl hun kind naar een gewone school moet of gedwongen thuis moet blijven. Dit zorgt ervoor dat ouders de eerste plaats aannemen die ze krijgen aangeboden, ook al is die nog maar net binnen de 20 km straal waarbinnen we vervoeren. Zo hebben we leerlingen die als eerste worden opgepikt in de ochtend rond 6.40 uur en pas om 8.30 uur op school zijn. In de avond heb je dan dezelfde rit, maar omgekeerd. Behalve ouders geruststellen en teleurstellen kan ik weinig doen. Alleen een hogere bevolkingsconcentratie in de steden door het bijbouwen van sociale woningen in combinatie met meer scholen zou de situatie kunnen verbeteren.

  • Publicatie uit Opstand #2 – Augustus 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *