Kameraad Ludo Martens stierf op 5 juni, 2011 op 65-jarige leeftijd aan een lange ziekte. Deze week, 80 jaar na zijn geboorte, staan we stil bij zijn nalatenschap en proberen we lessen te trekken uit zijn werk. Hoewel hij worstelde met dogmatische en opportunistische houdingen, wat doorheen de tijd leidde tot een incoherente theorie en praktijk, was hij een grote bijdrage in de strijd tegen revisionisme, reformisme en voor de opbouw van een revolutionaire partij.
De rebelse student van de naoorlogse generatie.
Hij werd op 12 maart 1946 geboren in Torhout, West-Vlaanderen. Zijn uitzetting uit het internaat in Torhout vormde een voorwendsel voor de jaren die zouden volgen. In het middelbaar organiseerde hij scholierenkernen voor het ABN “Algemeen Beschaafd Nederlands” en werd hij hoofdredacteur van het ABN-blad. Na af te studeren in Tielt trok hij naar de KU Leuven om Geneeskunde te studeren. Hij was al actief binnen de katholieke jeugdbeweging en werd zo ook actief in de KVHV “Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond”.
Hij organiseerde de progressieve fractie “Studentenvakbeweging” (SVB), waardoor de nationalistische slogan: “Walen Buiten“ plaatsmaakte voor de strijd tegen het katholieke establishment, de Vlaamse burgerij en het elitarisme van de Vlaamse universiteit. Na zijn artikel over pedofilie binnen de kerk in het KVHV-blad, werd hij door de KU Leuven buitengezet en werd zijn fractie door de conservatieven binnen de KVHV uitgesloten.
Bouw van een communistische beweging in België
Ludo kwam in 1968 in Berlijn via studenten in contact met het marxisme, dat hij op zijn beurt binnen de Vlaamse studentenbeweging introduceerde. Hij kwam tot de conclusie dat arbeiders en studenten in één front moesten strijden voor het socialisme. Leninistische en Maoïstische theorie werd de leidraad voor de onafhankelijke SVB. Zo kwam het dat, toen de Leuvense fabrieksarbeiders het werk neerlegden, de studenten van de SVB hun volledige solidariteit met de stakers betuigden.
De stakingen echter werden niet gesteund door de vakbonden, die opriepen tot overleg. Zo kwamen Ludo en zijn kameraden tijdens de mijnwerkersstakingen van 1970 tot de conclusie dat stakingen, stakingscomités, solidariteitsacties en vakbondsstrijd alleen niet voldoende waren voor de bouw naar het socialisme. Ze besloten een nieuwe communistische partij op te bouwen rond de krant AMADA-TPO (Alle Macht Aan De Arbeiders). De opbouw zou in 1979 voltooid worden met de omdoping tot Partij Van De Arbeid, die tot haar koersverandering in de jaren 2000 een onmisbare invloed zou hebben op de revolutionaire klassenstrijd in België.

Internationalisme en anti-imperialisme
Ludo steunde de nationale bevrijdingsstrijd van het Vietnamese volk tegen het Amerikaanse imperialisme; het Palestijnse volk tegen het zionisme, en het Cubaanse volk tegen de nog steeds bestaande Amerikaanse blokkade. Na de val van het socialistische blok en de Sovjetunie dwong de realiteit hen de theorie van “sociaal imperialisme” te corrigeren. De partij stichtte steunorganisaties voor Cuba en DVRK (Noord-Korea), wiens systemen en soevereiniteit na de val van de Sovjet-Unie onder grotere druk van het imperialisme en interne crisis stonden.
Na het bezoek van Ludo en kameraden aan de DVRK in 1994 zei Ludo:

“Noord-Korea is het Cuba van het Oosten. Ze zijn zelf principiëler.”
Hij verbleef voor een lange tijd in de Democratische Republiek Congo, waar hij hielp met de bouw van de fundamenten van de Congolese communistische partij en de Congolese regering onder Kabila steunde in hun streven naar onafhankelijkheid van het westerse imperialisme. Ook schreef hij een boek over de Congolese revolutie.
Bijdragen aan de internationale communistische beweging
Martens’ meest gekende werk tegen het revisionisme is zijn tekst: “Een andere kijk op Stalin”, die ingaat op Stalins periode van socialistische opbouw binnen de Sovjet-Unie. Hiermee bestreed hij de anticommunistische opvattingen die heersten onder academici en revisionisten. Dit door oprecht om te gaan met het beleid van de Sovjet-Unie, het verdedigen van het socialisme als superieur systeem en het erkennen van de verdiensten in de Tweede Wereldoorlog in het verslaan van het Hitler-fascisme.
Door Ludo’s initiatief organiseerde de PVDA vanaf 1992 het internationale communistische seminar om de beweging te verenigen. Op de conferentie waren partijen aanwezig van verschillende grote strekkingen; de Marxistisch-Leninistische (Pro-Sovjet), Maoïstische, Hoxhaïstische (Albanese) en de Guevaristische (Cubaanse). Door gemeenschappelijke discussies en analyses om verschillen uit te klaren probeerden ze een hoger ideologisch niveau te bereiken.
Helaas degenereerde deze conferenties in rechts-opportunisme door de eis van de nieuwe PVDA-leiding dat deelnemers geen gerichte kritiek meer zouden geven op opportunistische kenmerken van de deelnemende partijen (waaronder de PVDA zelf), maar enkel kritiek op het opportunisme als fenomeen in het algemeen. Iedere serieuze communistische partij heeft echter de taak om open te staan voor constructieve kritiek en opportunisme openlijk bekritiseren. Dat is juist de houding die Ludo zelf heel zijn leven innam. Uiteindelijk stopte de PVDA in 2013 met het organiseren van deze conferenties.
Conclusie
Terwijl de PVDA vandaag zijn verdiensten en geschiedenis probeert uit te wissen, herdenken wij Ludo Martens als mens en als revolutionair. Ondanks zijn gebreken erkennen wij zijn grote bijdragen aan de Belgische en internationale communistische bewegingen. En alhoewel zijn geliefde PVDA een andere koers is opgegaan dan een partij van de revolutie, is haar oprichting voor ons de grootste verdienste van Ludo Martens.
In de woorden van Ludo:
“Het is mogelijk dat wij en onze generatie falen en dat de partij ten onder gaat. Maar na ons komt een volgende generatie. Die heeft dan toch de lessen van onze strijd mee.”
