801855914 1078496031547393 1546212842121385698 n

Interview over de stakingen in het Franstalige onderwijs

Het onderwijs op straat

Op donderdag 10 september kwamen duizenden demonstranten bijeen op het station van Luik om te protesteren tegen bezuinigingen op het Franstalige onderwijs. Onder de demonstranten bevonden zich stakende leerkrachten, studenten, gepensioneerden en zelfs Vlaamse leerkrachten die hun solidariteit betuigden.

De bezuinigingen van de regering op het Franstalig onderwijs zullen naar schatting zo’n 2.000 voltijdse banen kosten. Maar hoe moeten we ons tegen deze maatregelen verzetten? Onze onderwijscommissie sprak met een leraar en CGSP/ACOD-lid uit Luik om antwoorden te krijgen.

Interview

Waarom staakt u vandaag?

Onze staking is gericht tegen het gehele beleid van de MR-engagés-regering op het niveau van de Franstalige Gemeenschap. Het is een ideologische aanval op de mogelijkheid tot emancipatie via school en onderwijs, onder het mom van een debat over de begroting.

Wat is het effect van hun beleid op de kwaliteit van ons onderwijs, en hoe beïnvloedt dit het leven van zowel leraren als leerlingen?

Er zijn verschillende hervormingen en maatregelen die gevolgen hebben voor ons en voor de leerlingen, met name voor leerlingen van kansarme sociale achtergronden. Neem bijvoorbeeld het regeringsbesluit van vorig jaar over de TAL; het totaalaantal lesuren voor leraren in functie op basis van het aantal leerlingen op een school. Bij technische scholen (TQ) en beroepsscholen (P) werd de TAL met 3% verlaagd om deze in lijn te brengen met de TAL van algemene scholen.

We weten dat onze leerlingen op de TQ- en P-scholen meer aandacht nodig hebben. Dit had een dubbel effect: we raakten collega’s kwijt en onze klassen raakten overbevolkt. Als gevolg daarvan verslechterden onze arbeidsomstandigheden. Bovendien besloot de regering bepaalde opleidingen op 7 TQ- en 7 P-scholen te sluiten, waardoor leerlingen gedwongen werden hun opleiding te beëindigen. Dit leidde op zijn beurt er opnieuw toe dat we nog meer collega’s kwijtraakten.

Hoe probeerde de regering dit bezuinigingsbeleid te verantwoorden?

De minister zei dat deze opleidingen zouden worden ondergebracht bij ‘scholen voor sociale promotie’, maar meestal pakte het anders uit. Hoewel ik er zeker van ben dat deze scholen voor sociale promotie geen einde zouden hebben gemaakt aan het kapitalisme, waren ze voor sommige mensen een manier om aan hun omstandigheden te ontsnappen en zich te ontplooien. Nu heeft het een nieuwe naam gekregen: ‘volwassenenonderwijs’, en de opleidingen moeten worden afgestemd op de behoeften van de markt. Dit betekent dat veel opleidingen worden stopgezet.

De regering wilde zelfs ons statuut opheffen, dat ons beschermt tegen politieke inmenging maar ook onze rol als openbare dienst definieert. Het opheffen van het statuut en het invoeren van (tijdelijke) contracten biedt ons noch stabiliteit, noch bescherming tegen politieke inmenging. Wat nog erger is, is dat deze contracten de nadruk leggen op doelstellingen en prestaties. Dit maakt de managementmentaliteit van deze burgerlijke regeringen nog duidelijker.

Onze gebouwen zijn zo verouderd dat ze ongeschikt zijn geworden om les te geven onder fatsoenlijke omstandigheden. Maar in plaats van middelen voor renovatie beschikbaar te stellen, heeft de regering de subsidie voor de gebouwen geschrapt.

De regering probeerde ons te verdelen door het rooster voor docenten in de tweede en derde graad secundair onderwijs met twee uur te verlengen, om het in lijn te brengen met dat van onze collega’s in eerste graad secundair onderwijs.

Wat betekenen deze extra twee uren voor jullie?

Dit heeft verschillende negatieve gevolgen gehad: deze twee extra uren worden niet betaald, en het toevoegen van twee uur aan een voltijds rooster van 20 uur – waardoor het op 22 uur komt – betekent dat we per tien leraren één collega kwijtraken. Het betekent ook dat we evenveel werk moeten verzetten met minder collega’s en dus met meer leerlingen per klas. De roosters van veel collega’s worden over verschillende scholen verdeeld, of hetzelfde lesuur wordt onder verschillende collega’s verdeeld. Zo kunnen leerlingen die vijf uur Frans per week hebben, voor die lessen twee of drie verschillende leraren hebben.

U zei dat de hervormingen gericht waren op gezinnen met een lager inkomen. Wat voor gevolgen heeft dit alles voor hen?

Het decreet inzake „gratis scholen“ werd ook gewijzigd, waardoor de scholen zelf mogen bepalen wie hulp nodig heeft. Als gevolg daarvan worden in kleuter- of basisscholen gratis avondmaaltijden niet langer voorzien of verminderd, terwijl men weet dat sommige leerlingen thuis niet eten.

Ten slotte bedraagt het volledige collegegeld nu ongeveer 1.200 euro voor universiteiten en hogescholen. Voorheen bedroeg het collegegeld 835 euro voor de universiteit, maar met name bij sommige hogescholen was dat 175 of ongeveer 300 euro. Het belangrijkste gevolg is dan ook dat veel leerlingen, zeker die van sociale achtergronden met een lager inkomen, geen kans zullen hebben om hoger onderwijs te volgen.

Terugkijkend op de staking van vandaag: wat is de weg vooruit om deze problemen aan te pakken?

Vandaag was er volgens de vakbonden een omvangrijke mobilisatie van ongeveer 15.000 mensen. Maar wat we de komende periode nodig hebben, is de vakbonden dwingen een strategie voor de strijd op te stellen, met eenheid in actie, een gecoördineerd en georganiseerd plan en tactieken.

Om dit te bereiken, moeten we binnen de vakbonden het volgende doen:

1) Laten we het budgettaire debat achter ons laten en het ideologische debat verder uitdiepen. Wat voor soort scholen willen we eigenlijk en wat hebben de leerlingen nodig? Hiervoor kunnen we het CGSP-ACOD-handvest gebruiken om een visie voor een emancipatoire school te ontwikkelen.

2) We moeten onze eisen naar voren brengen (minder leerlingen per klas, herinvestering in het onderwijs). Alleen maar reageren op aanvallen van de regering is de verkeerde aanpak, want dan blijven we eerdere aanvallen steeds weer „vergeten“, terwijl elke regering weer nieuwe aanvallen zal blijven plannen.

3) We moeten de gerechtvaardigde woede van onze collega’s en leerlingen kanaliseren naar politieke doelstellingen.

4) We moeten onze acties organiseren en coördineren (en deze, waar mogelijk, uitbreiden naar Vlaanderen en naar een interprofessioneel niveau).

5) We moeten kijken naar en ervaringen uitwisselen met de onderwijsbewegingen in andere landen. Met name in Spanje en Frankrijk, waar vorig jaar de CCOO Educación talrijke stakingen organiseerde, net als CGT Éduc’Action. Leraren en leerlingen in heel Europa kampen met dezelfde problemen.

Onze weg vooruit

Terwijl onze regeringen de arbeidersklasse en haar verworvenheden aanvallen, wordt onze klasse verdeeld gehouden en onderling aan het onderhandelen gebracht om de kruimels. De strijd in het onderwijs in de Franse en Nederlandse Gemeenschap heeft nog geen strategie gevormd die het tij kan keren ten gunste van de leerkrachten en leerlingen. We moeten het begrotingsdebat overstijgen en de klassenstrijd bevorderen; hiervoor heeft de arbeidersklasse en haar jeugd een eigen organisatie nodig.

Onze onderwijscommissie analyseert de situatie binnen het Belgische onderwijs. Haar werk biedt onze leden in het onderwijs houvast om in te grijpen in de vakbondsstrijd en banden te smeden tussen leerlingen, studenten en de arbeidersklasse. Via onze basiseenheden kunnen onze leden ervaringen uitwisselen en zich organiseren op hun scholen en universiteiten.

Zoals eerder vermeld, zijn de problemen binnen het Belgische onderwijs geen geïsoleerd gegeven. Ze zijn diep geworteld in het imperialistische kapitalisme, de militariseringsinspanningen van Europa en de bezuinigingsmaatregelen om te kunnen concurreren op de wereldmarkt. Onze Internationale Commissie wisselt ervaringen uit met communistische partijen en jongeren die in hun respectieve landen betrokken zijn bij de onderwijs- en vakbondsstrijd. In deze geest willen we al onze leerlingen de tekst „Wat voor soort school hebben we vandaag nodig?“ van de Communistische Jeugd van Griekenland aanraden: https://int.kne.gr/publications/what-kind-of-school-do-we-need-today/ (op papier verkrijgbaar bij je dichtstbijzijnde basiseenheid).

Het socialisme is de enige oplossing, sluit je aan in de aanloop van de Tweede Nationale Bijeenkomst van de JCB!

Naar een strijdbaar schooljaar en de stakingen op 9 oktober en in de week van 23 november.

  • Foto’s: ACOD Onderwijs

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *