dsc1905 edit

De strijd van de jeugd in Frankrijk en België

Overvolle klassen, oververmoeide leerkrachten, klaslokalen die ijskoud zijn in de winter en kokend heet in de zomer, en gebouwen die letterlijk uit elkaar brokkelen; dit zijn de problemen die massale hoeveelheden Franse, Waalse en Brusselse scholieren sinds het begin van de maand op straat brengen. De eisen van de jeugd zijn duidelijk: het is genoeg geweest met de besparingen, de jeugd wil een toekomst, en die toekomst moet beginnen met kwaliteitsvol onderwijs.

In plaats van te luisteren naar deze eisen van de scholieren, het besparingsbeleid te stoppen en meer te investeren in het onderwijs, reageren de burgerlijke regeringen van Frankrijk, Wallonië en Brussel op de enige manier die zij schijnbaar kennen: politierepressie. Zwaarbewapende gendarmerie die met matrak en schild op minderjarigen slaat, een politieagent die een meisje van 14 jaar in een wurggreep neemt, massa’s jongeren die weggejaagd worden met traangas en waterkanon, en een 15-jarige die een hand kwijtraakt door een flitsgranaat. Zoals gewoonlijk tonen de ordediensten geen genade. Het is een reactie op het geweld van de scholieren, die beweren ze, “ze moeten deze ‘relschoppers’ ervan weerhouden om vernieling te zaaien en de straten onveilig te maken.” Het is blijkbaar belangrijker om het privé-eigendom te beschermen dan de toekomst van de jeugd te waarborgen.

Laat ons duidelijk zijn: de scholieren gebruiken wel degelijk geweld tijdens hun protest; zij stichten kleine brandjes en schieten met vuurwerk naar de politie wanneer deze hen bestormt. Maar het geweld van de scholieren heeft een ander karakter dan het geweld van de politie. Het geweld van de scholieren is het geweld van de belaagden en de ongehoorden. In de eerste plaats verdedigen zij zichzelf tegen de aanwezigheid van een gemilitariseerde politiemacht die zelf provoceert en aanleidingen creëert om geweld te rechtvaardigen. En in de tweede plaats zoeken zij naar een manier om gehoord te worden. Jongeren worden zelden serieus genomen wanneer zij voor hun rechten strijden. Als een scholier op straat komt, dan is dit “een opportunist die enkel een dagje school wil missen en wat wil relschoppen!” Als je op geen enkele vreedzame manier serieus genomen wordt, waarom zou je je dan inhouden?

Maar deze kant van het verhaal hoor je natuurlijk niet in de burgerlijke media. Zij nemen klakkeloos het verhaaltje van de ordediensten over; het gaat over een “proportionele reactie” op “relschoppers” of “gemaskerde antifa-infiltranten” die agenten provoceren en zonder aanleiding vernieling zaaien. Een mooi narratief dat afleidt van de reden waarom deze jongeren op straat komen. Onverwacht is dit natuurlijk niet; de media onder het kapitalisme blijven een instrument om alles wat tegen het systeem is, eindeloos zwart te maken. Wat wel onverwacht is, is dat vakbonden en sociaaldemocratische partijen dit narratief grotendeels overnemen.

De jeugd was aanwezig op de nationale actiedag van de socialistische vakbond op 9 oktober. Vakbondslui kwamen die dag op straat om hun ontevredenheid te uiten tegen het besparingsbeleid van Arizona; hun tegenstander is dus dezelfde als die van de scholieren. De politie was zoals gewoonlijk zwaarbewapend aanwezig en zocht confrontatie met de jeugd. Hierop werd gereageerd, en dit eindigde in repressie en vernieling. De vakbondsleiding deed meteen haar uiterste best om een onderscheid te maken tussen gewelddadige relschoppers onder de jeugd “die er enkel waren om de boel kort en klein te slaan” en de brave vakbondsmensen, die vriendelijk aan de regering kwamen en vroegen om niet te veel te besparen en misschien zelfs een miljonairstax in te voeren. De reactie van de Belgische vakbonden op de politierepressie staat in sterk contrast met de reactie van de Franse vakbonden. In Frankrijk staan de vakbonden tussen de scholieren en de politie. Leerkrachten, brandweerlieden en gele hesjes beschermen de jeugd en zijn solidair. Wat begon als het ontevreden zijn van jongeren met de toestand van hun onderwijs, is uitgegroeid tot een militante volksbeweging die laat weten dat het genoeg is geweest met besparen.

In België moeten wij ons laten inspireren door het optreden van de Franse vakbondslui; zij erkennen dat de woede van de jeugd in al haar uitingen gerechtvaardigd is. Zij erkennen dat hun tegenstanders dezelfde zijn en dat hun strijd onlosmakend met elkaar verbonden is. “La CGT avec les lycéen-nes, Leurs revendications sont légitimes,” “De CGT steunt de middelbare scholieren, hun eisen zijn legitiem.” Zo luidt een van hun slogans: Laat ons deze ter harte nemen en geen breuk laten ontstaan tussen jeugd en vakbonden. Het ziet er naar uit dat de strijd nog een tijdlang zal voortwoeden en dit zal de jeugd belangrijke lessen leren. Enerzijds praktische lessen in hoe zij zichzelf het beste organiseren, maar ook theoretische lessen. De strijd voor een beter onderwijs eindigt niet met het tegenhouden van besparingen; het eindigt niet bij extra subsidies of bij een miljonairstax. Dit zijn slechts tijdelijke oplossingen, toegevingen van een burgerij die niet wil dat de ware kern van de problemen aangeraakt wordt: het kapitalistische systeem.

De strijd voor een beter onderwijs is de strijd voor het socialisme. Jeugd en werker, verenig u! De enige vijand is de klassevijand!

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *